Belijdenis Omdat jij zo verschrikkelijk mooi bent dat ik niet anders kan (zelfs al zou ik willen) Tot waar de wereld ophoudt te bestaan en alleen de verbeelding overblijft

Et in arcadia

 

Sonnetten

 

Maar of dit liefde is, of slechts mijn fascinatie

Wat maakt het uit? Want zelfs mijn oppervlakkigheid

Brengt mij er toe bij iedere gelegenheid

Het lot te danken voor jouw wezen en jouw gratie

 

De zachte welving van jouw bil, manifestatie

Van been dat overgaat in rug, van tastbaarheid

Van schoot die via buik in zachte lijflijkheid

De tweeling van jouw borsten biedt ter contemplatie

 

Maar eerst en steeds de spanning van het bovenbeen

Atletisch op het eerste oog, zo zacht van binnen

Vanaf de tere knie, gedragen door de scheen

 

Pilaar en beeld van de verwarring van mijn zinnen

Van licht zich vormend tot het vocht van mos en veen

Geboogd gebied dat mij de diepten laat beminnen

 

Mag hier mijn oog beginnen

En eigen maken zich de waarheid van de huid

De blik geleidt gevoel, het tasten lokt geluid

 

 

˜